Marcel (21): ‘Ik weet niet wie ik ben…’

Eenentwintig jaar, een mislukte opleiding, een flinke studieschuld, torenhoge telefoonrekeningen, radeloze ouders. Toen hij bij hen onderdak kwam vragen, omdat zijn huurbaas het huurcontract had opgezegd, had zijn vader als voorwaarde gesteld dat hij hulp zou gaan zoeken.

Nonchalant en een beetje lacherig liep hij met me mee naar mijn spreekkamer, die eerste keer. Hij had op advies van een vriend hulp gezocht bij een christelijke hulpverlener, ook omdat hij worstelde met zijn beeld van God. Achterover geleund, benen languit, armen over elkaar, keek hij me afwachtend aan. Maar toen hij vertelde hoe hij ervoor stond, draaiden zijn ogen beschaamd van me weg. Ik had met hem te doen, en zweeg even toen hij uitgesproken was.

Op mijn vraag wat hij van de situatie avond, antwoordde hij ‘shit’ en de tranen sprongen hem in de ogen. ‘Waarmee kan ik je helpen?’ vroeg ik. Na een diepe zucht zei hij schouderophalend: ‘Ik weet gewoon niet wie ik ben. Ik weet niet wat ik wil. Ik weet niet wat ik kan. Ik loop met de massa mee, doe wat anderen van me verwachten, wil alleen maar aardig gevonden worden. Ik heb er schoon genoeg van en toch ga ik er steeds maar mee door. Internetporno, chillen, drinken, ’s zondags in de band, altijd een vrolijke babbel. Ik háát het, weet je. Ik ging al een half jaar niet meer naar college, voordat mijn ouders erachter kwamen. Mijn vader is woedend. Hij was apetrots, dat ik bedrijfskunde ging studeren. Ik haalde vijven en zessen voor mijn tentamens. De studie ging me steeds meer tegenstaan. Ik ben gewoon mislukt.’

Marcel kwam ’s morgens zijn bed niet meer uit, voelde zich angstig en lusteloos en at alleen nog maar junkfood, maar niemand had het in de gaten. In de volgende gesprekken nodigde ik marcel uit om over zichzelf te vertellen: over wat hij belangrijk vindt in zijn leven, interesses en meningen, idealen, gevoelens, herinneringen aan zijn kindertijd. Op mijn uitnodiging kwam zijn vader ook een keer mee, waardoor ik een indruk kon krijgen van de onderlinge verhoudingen. al pratend ontstond er een zelfportret van Marcel dat ik hem spiegelend en samenvattend voorhield. Een persoonlijkheidstest leerde hem iets over zijn karaktertrekken. Zo ontdekte hij dat hij, in vergelijking met andere mensen, sterk geneigd was om moeilijkheden uit de weg te gaan en dingen in zijn eentje uit te zoeken.

We formuleerden samen nieuwe leerdoelen. Marcel experimenteerde succesvol met actiever gedrag en met het vragen om hulp. na de individuele gesprekken nam hij deel aan een adolescentengroep bij In de Bres. Daar bespreken jong volwassenen onder leiding van twee psychologen allerlei thema’s, die te maken hebben met identiteit en relaties.

Een klein jaar later sprak ik hem voor het laatst. Marcel vertelde dat hij weer vertrouwen had in zichzelf en in zijn toekomst. Hij wist nu beter wat voor iemand hij was in relatie tot anderen. Hij was zich meer bewust van het onderscheid tussen wat er binnenin hem leefde en wat hij aan de buitenkant liet zien.
Het lukte hem om bij zichzelf te blijven in gezelschap en zijn grenzen aan te geven. Hij kon nu ook best alleen thuis zijn zonder meteen te moeten internetten of bellen. De financiën waren nog niet op orde, maar over een paar maanden hoopte hij toch weer zelfstandig te gaan wonen. Door baantjes via het uitzendbureau was hij er achter gekomen dat werken in de zorg hem erg goed lag. ‘Verpleegkundige worden, dat lijkt me super’, zei hij, ‘ook al vinden mijn vrienden het soft.’

We namen afscheid en ik wenste hem Gods zegen en geluk op zijn levensweg.

Van de hulpverlener:
Op eigen benen leren staan is een hele opgave. In onze samenleving komen kinderen al heel vroeg voor talloze keuzes te staan: studie en beroep, vrije tijdsbesteding, geldbesteding, geloof. De verantwoordelijkheden die daarbij horen, kunnen ze vaak nog niet overzien. Verwachtingen van hun omgeving zijn doorgaans hooggespannen en uit angst om uit de boot te vallen, passen ze zich soms maar aan, vaak tegen hun gevoelens in. jezelf kwijtraken is het tegenovergestelde van gelukkig zijn.

‘Geluk’, dat is het gevoel dat je op je plek bent, dat je je bestemming gevonden hebt, zijn zoals de Schepper je bedoeld heeft. Gaan op Gods weg, dat is een zoektocht en een uitdaging die een leven lang duurt…

Hulp nodig?
Lees hoe u zich kunt aanmelden voor de Basis GGZ of de Specialistische GGZ