Marjolein was ernstig depressief

Het herstel van een ernstige depressie is niet gemakkelijk. Uitzicht op herstel, op een hoopvolle toekomst lijkt soms volledig te worden opgeslokt door somberheid en hopeloosheid. Dit was ook het geval bij Marjolein.

Toen Marjolein binnen kwam was de vraag bijna letterlijk van haar gezicht af te lezen: ‘waarom zou ik nog leven?’ Ze was al twee maanden erg somber, at en sliep slecht, had geen plezier meer in het leven, voelde zichzelf waardeloos en ging nauwelijks de deur uit. De directe aanleiding voor deze klachten was haar ontslag twee maanden geleden. Het ontslag uit haar werk als B-verpleegkundige kwam aan als een mokerslag, want haar werk was al jarenlang haar enige houvast in het leven.

In de loop van de kennismakingsgesprekken bleek het echter al heel lang niet goed met Marjolein te gaan. Ze had zich in haar hele leven nog nooit gewaardeerd of geliefd gevoeld. Haar vader werkte veel en bemoeide zich thuis niet met de opvoeding. Als tweede van acht kinderen, ervoer Marjolein thuis weinig aandacht of liefde van haar moeder, die ook regelmatig ziek was. Op zevenjarige leeftijd hielp ze al mee in het huishouden en in de verzorging van haar broertjes. Zolang ze trouw haar taken uitvoerde en op school goede cijfers haalde, kreeg ze geen kritiek en dus deed ze haar uiterste best. Nadat ze op haar negentiende op zichzelf ging wonen, zat ze in het laatste jaar van haar MBO opleiding tot verpleegkundige. Ze haalde met ruime cijfers haar diploma en stortte zich volledig op het werk. Ze had weleens een vriendje, maar serieus werd het nooit: “daar had ik gewoon geen tijd voor en ook geen zin in”. Werken was haar ding, ze had het zelf bereikt en was er trots op.

Er was bij Marjolein sprake van een ernstige depressie, die eigenlijk al jaren bestond maar pas naar voren kwam na haar ontslag. Marjolein heeft nooit mogen ervaren of geleerd dat ze een geliefd mens is. De waarheid dat God onvoorwaardelijk van haar houdt, stond bijzonder ver van haar af.

‘Een einde aan het leven maken’

In behandelgesprekken stelden we als eerste doel dat Marjolein weer meer grip op haar leven zou krijgen. Ze mocht zichzelf leren beschouwen als een geliefd kind van God die goed voor zichzelf mag zorgen. Maar toch, de gesprekken liepen moeizaam. Na enkele weken ging het zelfs slechter met haar. Ze isoleerde zich volledig, had geen energie meer en ze kwam met hangen en wurgen naar de therapiegesprekken. Ze speelde serieus met het idee om een einde aan haar leven te maken. We kwamen samen tot de conclusie dat het zo niet verder kon en na een teamoverleg verwees ik haar naar de psychiater. De psychiater sprak opnieuw de klachten met haar door en kwam samen met Marjolein eveneens tot de conclusie dat het zo niet verder kon. In overleg met Marjolein werd besloten dat ze zou beginnen met het innemen van een antidepressivum.

 ‘Voor het eerst weer naar buiten’

De medicatie had in de eerste twee weken vervelende bijwerkingen: Marjolein had regelmatig hoofdpijn en voelde zich soms wat duizelig. Dit trok na twee weken echter weg en ze begon zich rustiger en minder zwaarmoedig te voelen. Ze zat bij gesprekken minder verslagen in de stoel en keek helder uit haar ogen. De medicatie bleek net dat zetje in de rug te zijn wat ze nodig had om het grip op haar leven te kunnen terugwinnen. We werkten aan een plan, waarin ze met kleine stapjes weer meer in beweging kwam. In eerste instantie door haar huis op te ruimen, schoon te maken en op gezette tijden eten en drinken voor zichzelf klaar te maken. Drie maanden later ging ze voor het eerst weer elke dag naar buiten.

Momenteel is het acht maanden na de start van de medicatie. Ze slikt de medicijnen nog steeds en komt daarvoor eens per drie maanden bij de psychiater.  Vergeleken met het moment van aanmelding is Marjolein nauwelijks terug te herkennen: ze is opgewekt, energiek en is op zoek naar nieuw werk. In overleg wordt bekeken hoe we de medicatie kunnen gaan afbouwen.

Hulp nodig?
Lees hoe u zich kunt aanmelden voor de Basis GGZ of de Specialistische GGZ