‘Plaatjes’ werken beter dan ‘praatjes’

Een diagnostiekproces bij de zesjarige Brian…  De ouders van Brian waren specifiek op zoek naar christelijke hulp en kwamen via een tip van een kennis bij GGZ In de Bres. Een verhaal van onze diagnostiekafdeling Kinder- & Jeugdzorg.

Huilend laat zijn moeder hem bij me achter in de testkamer met de woorden: ‘het is beter dat ik wegga, hij knapt zo wel op.’ De zesjarige Brian staat midden in de kamer met dikke tranen op zijn wangen. Hoe troost je een wildvreemd kind? Daar heb ik nooit college over gehad op school, dus moet ik varen op mijn eigen tact en aanvoelend vermogen. Voorzichtig vraag ik hem of hij op de aangewezen stoel wil gaan zitten.

Onmiddellijk laat hij een luid ‘Neeee!’ horen en zet dat kracht bij door nog harder te huilen. Koortsachtig denk ik na, Brian nu al terugbrengen bij zijn moeder is nog lang geen optie. Door zijn tranen zie ik hem een snelle blik op mij werpen en weet ik dat ik een kans maak.

Ineens zie ik het licht. Het mandje met beloningen! Gewoonlijk mogen kinderen pas na de test iets uitzoeken, maar ik besluit de volgorde om te draaien.

‘Hij vergeet dat hij eigenlijk aan het huilen was’

Op mijn uitnodiging iets moois uit te zoeken, schuifelt Brian dichterbij. Ongemerkt kruipt hij op de stoel en bekijkt alle voorwerpen. Hij kiest een groene stuiterbal en vergeet dat hij eigenlijk aan het huilen was. Ik vertel dat hij de stuiterbal mag houden als hij zijn best zal doen tijdens de spelletjes en vragen van de test. Brian kijkt me onderzoekend aan en ik begrijp dat dit het moment is om contact met hem te maken.

Voor een intelligentietest is het belangrijk dat een kind zich ontspannen en op zijn gemak voelt. Als het kind in kwestie bang of nerveus is, of er geen zin in heeft, zal dat zijn manier van werken beïnvloeden en is de uitkomst minder betrouwbaar.

Dus ik knoop een gesprekje aan over zijn kleine zusje, die ik daarnet bij moeder zag.

Aarzelend gaat hij hierop in, af en toe kijkend naar de deur alsof hij zich ervan wil vergewissen dat de enige ontsnappingsmogelijkheid binnen bereik blijft.

‘Angsten en woedebuien’

Thuis en op school schijnt Brian last te hebben van angsten en woedebuien. Het intelligentieonderzoek is onderdeel van het diagnostiekproces om een beeld van Brian te kunnen vormen. Zijn behandelaar heeft de test bij mij aangevraagd.

Deze test bestaat uit 13 onderdelen en meten gezamenlijk de algemene intelligentie. Verbale onderdelen (vragen) worden afgewisseld met praktische opdrachten, zoals puzzels maken of plaatjes van een verhaal in volgorde leggen. Bij sommige onderdelen is het de bedoeling dat het zo snel mogelijk gebeurt.

Inmiddels voelt Brian zich zo op zijn gemak dat hij met de stuiterbal de kamer en het plafond verkent. Hij lacht er vrolijk bij en lijkt zijn entree te zijn vergeten.

Als we uiteindelijk beginnen met de eerste subtest, zit er een uitgelaten jongetje tegenover me.

Het valt me op dat Brian moeilijk verstaanbaar is. Hij articuleert niet goed en lijkt voor zijn leeftijd een beperkte woordenschat te hebben. Maar hij maakt een gemotiveerde indruk en toont voldoende inzet. Op de vraag wat je op een brief moet doen voordat je hem verstuurt, antwoordt Brian: ‘hartjes, als je verliefd bent.’ Ik kan een glimlach niet onderdrukken. En hij heeft groot gelijk, het is net Valentijnsdag geweest.

Brian snapt de uitleg van subtests niet meteen. Hij heeft regelmatig herhaling nodig en het lijkt hem te frustreren als hij het niet meteen kan vatten. Complimenten daarentegen doen hem goed. Een brede glimlach vult zijn gezicht.

De tijd vliegt voorbij.

Na afloop stuitert hij voor me uit naar de wachtruimte. Na zijn moeder en zusje begroet te hebben, demonstreert hij de stuiterbal in de hal, die natuurlijk prompt achter de balie van de receptie belandt. Geamuseerd bekijk ik het tafereel.

Als ik hem gedag wil zeggen, ontpopt hij zich ineens weer tot een heel verlegen jongetje. Een hand geven durft hij niet. Wel beantwoordt hij mijn zwaai, met zijn rug naar me toe. Wat ik al vermoedde, blijkt te kloppen. De uitkomsten geven aan dat er een groot verschil is tussen de verbale (taalkundige) intelligentie en de performale (praktische) intelligentie, in het voordeel van de praktische intelligentie.

Mogelijk zullen zijn woedebuien daar deels mee te maken hebben. Brian zal waarschijnlijk moeite hebben met mondelinge uitleg op school. Voor hem werken ‘plaatjes’ om iets duidelijk te maken beter dan ‘praatjes’. Mijn verslag met observaties en testuitkomsten zijn voor de behandelaar. Hij of zij zal op basis van alle diagnostiekgegevens een advies uitbrengen en daar is deze test een onderdeel van. Zo mag ik telkens een klein steentje bijdragen in het herstel van onze cliënten.

Hulp nodig?
Lees hoe u zich kunt aanmelden voor de Basis GGZ of de Specialistische GGZ